Hoofdtekst
Ich had ene nonk, die woonde op de Kiewit voor knecht en die moest gaan hooi inhalen op de Broekhof. Dat woer een grote plaats, do woeren dijken aangemaakt. Vroeger hadden de lui veel vlas en do maakten de lui beddenlakens en himmes (hemden) van. Maar 't joste (eerste) hadden ze grote lappen en die goengen ze dan bleken en de knecht kos nie door met z'n kar en er lei die lakens alle drei opeen en dow (toen) woer de vrouw van wie de lakens woeren zo giftig dat er die lakens opeen gelegd had en ze zei: 'Die mech dat aangedaan heeft, die do ich ook get (iets) aan.' En dow kreeg er kooi benen (open benen). En als er do get oplei dan gongen die benen weer open. Die knecht woer betoverd. Dat wief had hem betoverd.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een knecht uit Kiewit moest met de kar de lakens van een vrouw vervoeren om ze te laten bleken. Omdat de knecht de lakens op elkaar had gelegd, was de vrouw boos en zei: "Wie mij dat heeft aangedaan, die zal ik straffen". Een tijdje later kreeg de man problemen met zijn benen.
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (bilzen)
317
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Eigenbilzen   
Plaats van Handelen
Kiewit (Hasselt)   
