Hoofdtekst
In de wintertijd waren we eens aan 't mes(t) varen met vier pjaad (= paarden). We waren aan 't kaffe drinken en de pjaad (= paarden) stonden met de wagel in de mesthof. Het klopte op de deur, het was een aad vrouwkes - een Walin (= Waalse), een bedelzjôas (= bedelaarster) - en ze vroeg ene boterham. We gaven ene en ze ging uit, en bij 't doorgaan ging ze met haar hand over een van de pjaad (= paarden). Mè doa zaten wel doezende luis (= luizen) op dat éé(n) pjaad. We hebben noa den arties (= veearts) moeten gaan.
Onderwerp
SINSAG 0582 - Hexe schickt Läuse, Flühe, Mäuse.
  
Beschrijving
Enkele mannen die met vier paarden het veld aan het bemesten waren, namen even een pauze om koffie te drinken. Op dat ogenblik klopte er een Waalse bedelares aan, die om een boterham vroeg. Nadat ze haar boterham had gekregen, wreef de vrouw over één van de paarden en ging dan weg. Toen de mannen weer begonnen te werken, zagen ze dat dat ene paard helemaal vol luizen zat. Het was zelfs zo erg dat ze met het dier naar de veearts moesten gaan.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (tongeren en omstreken)
665
memoraat
Naam Overig in Tekst
Waals   
Naam Locatie in Tekst
Nerem   
