Hoofdtekst
O me wieder joengers waren durfde d’er niemand achter ’n zeker eure ’s aves verbie de gracht gaan want ’t zat do ne waterhoend die joen betoverde.
Beschrijving
Vroeger durfden de kinderen 's avonds niet meer voorbij de gracht te wandelen. Daar zat immers een waterhond die voorbijgangers betoverde.
Bron
M. Vander Cruysse, Leuven, 1965
Commentaar
1.1 Watergeesten
west-vlaams (n van brugge)
39
Kindertijd van de informant
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Dudzele   
