Hoofdtekst
Flipje, den paster hij vroeg om niet te laten dansen in de zalen en d’herbergen, en hij zei, den dien die ’t doet en gaat geen chance hebben, maar in d’herberge rechtover ze wilden niet. ’t Was daar een feeste en ze dansten, en ’s anderendaags ’s nuchtends nulderen (hun) schonen hengst lei daar, door zijne poten gezakt in ’t stal.
Beschrijving
Een pastoor had de dorpsbewoners op het hart gedrukt dat er niet mocht gedanst worden in danszalen en herbergen. Wie niet gehoorzaamde, zou ongeluk krijgen. Ondanks de waarschuwing van de pastoor werd in één herberg toch naar believen gedanst. De volgende ochtend lag de hengst van de herbergier dood in de stal.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (franse grens)
455
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Krombeke   
