Hoofdtekst
9 N -Maar Roels van hier rechtover die was bezig met op zijn land te werken, Angeline, ...II -Angeline, ja, ‘t is op de die dat mijn moeder ôt (had) geloof ik. Wat was er daar van, want aan mijn moeder en kan ze ‘t niet maar vragen, ‘t is van ‘93 dat ze dood is.9 -Ja, ja. Kom dat mens passeerde hier en ze ôn (hadden) de naam dan ze konden toveren en die mensen leefden zo wat op hunnen alleenen, ze waren zo, ik ga niet zeggen achterlijk, eigenlijk, ik heb de indruk dan ze zo wat getikt waren, verstaat ge’t? Maar niet lijk of dat die mens (Dorus, zie supra), want ‘t schijnt dat hij nog voor priester geleerd ôt (had), hij kon hoogstwaarschijnlijk Latijn, hij zal hij wel voor een bepaalde reden afgestapt zijn, ze deden zij dat vroeger ook gelijk nu.II -Maar die Angeline ôt (had) de naam dat ze kon toveren of ...9 -Hé (spottend), maar ze kon zij niet toveren, want Roels die hierover woont dienen ôt (had) land ginder op ‘t Esschenbaantje en Angeline kwam af met haar bakje zo met eiers in. “Ho! Angeline! Angeline, wacht een keer!” Angeline stond zo te kijken en hij legde hem (zich) zo over ‘t baantje op zijn rug, zegt hij : “Ik heb horen zeggen dat ge kunt toveren. Betover mij een keer!” zei hij en Angeline lopen dat ze deed, lachen dat ze moest en lopen dat ze deed voor weg te zijn. Ze kon ze zij niet meer toveren dan dat wij kunnen toveren.
Beschrijving
Een man die op zijn veld aan het werken was, zag een vrouw voorbijkomen over wie men vertelde dat ze kon toveren. De man gebaarde de vrouw te wachten, ging dwars op de weg liggen en riep: "Betover mij eens!" De vrouw schaterlachte en liep weg. De man wist heel goed dat die vrouw niet kon toveren en dat ze er onterecht werd van verdacht een toveres te zijn.
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (groot-zottegem)
9N
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Grotenberge   
