Hoofdtekst
Pastoor Buckens was hier nog. En Pareyns wijf had altijd veel plaats in de kerk, want er durfde daar niemand gaan bijzitten. En hij zei: “Selevie, ge moet niet meer komen, ge zijt oud, ge moet niet meer komen.” Hij wist dat ook wel. Maar weet ge wat de pastoor tegen ons gezegd heeft? Er wonen hier nog brave mensen wiens voorouders een slechte naam hadden. Die mensen kunnen niets, maar ze hebben rare manieren. En dat waren mensen van de Reytstraat, Van den Houtte.
Beschrijving
In de kerk zat altijd een vrouw die ervan werd verdacht een toveres te zijn. Omdat de mensen bang waren voor die vrouw, zat ze altijd helemaal alleen. Op een dag sprak de pastoor tot de arme vrouw: “Jij bent al oud. Je hoeft niet meer naar de mis te komen”. In Nederename woonden brave mensen, wiens voorouders een slechte naam hadden.
Bron
L. D'haeze, Leuven, 1975
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (zuiden)
166D
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Nederename   
