Hoofdtekst
Zotte Nijs was nen roaren die boeken ha. Ne keer passeerde ne voeor ne café, en d’er zat doa entwiene die zat te lachen met hem deur de veister. Oem hem te wreken dei ne dien vint met nen hoepel loeopen zo zere dat zien toenge tot ip zien herte hienk. Je koste mo utskeen (ophouden) oet zotte Nijs iphield met lezen in ziene boek.
Beschrijving
Een man die toverboeken bezat, wandelde voorbij een café, waar iemand hem zat uit te lachen. Om zich te wreken deed de man de spotter met een hoepel rondlopen tot hij aan het einde van zijn krachten was. De spotter kon pas ophouden wanneer de man niet langer in zijn toverboeken las.
Bron
R. Callens, Leuven, 1968
Commentaar
2.3 Toverboeken
west-vlaams (tielt en izegem)
360
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Izegem   
