Hoofdtekst
Op de Bessemer bij Vliegen koem ene terug en die zei wei (toen) er stierf: 'Houdt wat ge hebt, ich zal lijden wat ich kan.' En op ene keer stond do een koe voor de venster en op ene avond lag ene grote zwarte hond onder de tafel en ze kregen hem nie vurt (weg) en duw hebben ze ene pater moeten roepen en die heeft do gebeden en gelezen en duw had er zijn koord uitgedaan en de jongste jong moest hem leiden ergens naar toen en duw was den hond vurt en de jong had de koord in zijn hand.
Onderwerp
SINSAG 0362 - Toter kehrt als Tier wieder. Erklärung der Erscheinung des Spuktieres.
  
SINSAG 0334 - Spuktier vom Priester gebannt.
  
Beschrijving
Op de Bessemer bij V. had een man op zijn sterfbed gezegd: "Houd wat je hebt, ik zal lijden wat ik kan". Op een dag stond er een koe voor het raam. Toen er een grote zwarte hond onder de tafel was komen liggen, liet men een pater komen. Nadat de pater zijn gebeden had gelezen, moest iemand de hond met een koord leiden. Plots was de hond echter spoorloos verdwenen. De jongen had de koord nog in zijn hand.
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (bilzen)
236
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Vlijtingen   
Plaats van Handelen
Bessemer (Vlijtingen)   
