Hoofdtekst
Beschrijving
Een man was getrouwd met een vrouw uit Oetingen. De grootmoeder woonde bij hen in.
's Nachts zag de man vreemd genoeg altijd vuur, waardoor hij niet kon slapen. De hond die men daar had, huilde van 's avonds tot 's morgens. Uiteindelijk liet de man zich overlezen door de paters van Affligem. Hoewel hij de grootmoeder niets had verteld over zijn plan, sprak deze 's ochtends tot hem: "Maar ga je daar nu zo ver naartoe? Dat zal toch niet baten". De pater die de man overlas, zweette verschrikkelijk van inspanning. Toen de man thuiskwam, zag hij 's nachts geen vuur meer. Kort daarop werd hij echter opgeroepen als soldaat. Bij zijn terugkeer was de grootmoeder gestorven.
's Nachts zag de man vreemd genoeg altijd vuur, waardoor hij niet kon slapen. De hond die men daar had, huilde van 's avonds tot 's morgens. Uiteindelijk liet de man zich overlezen door de paters van Affligem. Hoewel hij de grootmoeder niets had verteld over zijn plan, sprak deze 's ochtends tot hem: "Maar ga je daar nu zo ver naartoe? Dat zal toch niet baten". De pater die de man overlas, zweette verschrikkelijk van inspanning. Toen de man thuiskwam, zag hij 's nachts geen vuur meer. Kort daarop werd hij echter opgeroepen als soldaat. Bij zijn terugkeer was de grootmoeder gestorven.
Bron
M.-J. Deraemaeker, Leuven, 1977
Commentaar
2.1 Heksen
brabants (zuid-west)
71C
Broer van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
paters van Affligem   
Affligem (paters van)   
Naam Locatie in Tekst
Pepingen   
Plaats van Handelen
Oetingen   
Affligem   

