Hoofdtekst
Julien kwam een keer op een zondagavond naar huis van Stavel en hij vertelde van toverije, en ‘k zeien, maar’k zijn ik daarvan niet benauwd, ‘k heb gewijgd op me. Maar hij zei: “Treeze Devers gaat naar de jongens gaan kijken. - En ‘k zeien “Dat vrouwmens gaat hier nooit komen”. Maar ’s nuchtends ’t komt een oud wuvige binnen. “Oei”, zeg ze, “heb je een kinnige”? Je zoudt moeten een mutsje maken met bans (banden, lintjes), je weet wel. En binst dan’k ik in ’t voorplekje ’t vormtje probeerde, Julien kijkt ommekeeje (almeteens) door ’t venster en ’n ziet dat vrouwmens in den spegel (spiegel). “Dag Treeze”, zei’n en hij was alzo wit of een lijk. “Chance”, zei’k achterna, “dat ’t kind in de wiege was”. En m’hadden ’s navonds tevoren dervan geklapt. ’t Is toch raar enè. ‘k Deed ik een “Agnus Dei” boven de deure. Dat is een stijf krachtig gewijgd. En d’ander weke ze kwam weere en ze koste maar djuste aan de deure kommen, en ‘k zeien dat ik te vele werk hadde en dat er ook hoedemakegen (hoedenmaaksters) waren te Stavel.
Beschrijving
Een man die op een zondagavond terugkwam van Stavele waarschuwde een vrouw uit het dorp voor een toveres. De vrouw zei dat ze niet bang was omdat ze iets gewijds op haar lichaam droeg. De volgende ochtend kwam er een oude vrouw langs, die vroeg of er daar een kindje in huis was. Gelukkig lag het kind in de wieg. Na het vertrek van die toveres hing de vrouw een Agnus Dei boven de deur. Toen de toveres een week later opnieuw langskwam, kon ze niet binnen.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (franse grens)
326
memoraat
Naam Overig in Tekst
Agnus Dei   
Naam Locatie in Tekst
Haringe   
Plaats van Handelen
Stavele   
