Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

HAREN0177_0178_28606 - Een Duivel als Boerenknecht

Een sage (mondeling), 1954

Hoofdtekst

Een duivel als boerenknecht.Mij vouder’s vouder ulder werk die wier gedaon deur nen duvel, waor dat hij zijn ziel aon toestong, he. En dien duvel die dee da werk; en as die nou vier hoeken van ’n plek kuëren afgepikt ou, tan was da opgelost, war. Patatten steken en zaon: alliën de vier hoeken, war. Mor nou om den duur schikten hij dat hij den helft van d’affaire most hên. Mor mij vouder was hem toch te rap. Den helft van ’t kuëren zeer mij vouder; ja gij ’t onderste en ik ’t bovenste. Mor den duvel peinsden veur de patatten zal hij mij nie liggen hên: nou ik ’t bovenste en den boer ’t onderste. Azuë hou mij vouder’s vouder hem twië kiëren liggen, he.Mor dien duvel ou euk nekir gewed mee mij vouder’s vouder veur tien duzend frank en da was geld in dien tijd zulle! Om twië uren moesten ze op den hoek zijn aon de Kettermijt en mee d’aordigste biëste. Suë elk uit die gebuurte ging kijken, war. Mor die vrae was zu kaod; wa peinsde wel veur tien duzend frank, war! En mij vouder zij vouder kost azuë toch giën biëste vinnen nor zijn gedacht. Hij peinsde: ik moet mee nen truk werken. En hij verkliëden zijn vrae in ’n biëst. Hij wreef ze vol saroop en plakten d’r pluimen aon en zetten heur dan ’n poeleken op. Nou dien duvel die kwam af mee ne kemel mee wel drij bulten. Mor die vrae was toch ’t aordigste biëst dan z’ulder konnen veurestellen. Dien boer ou gewonnen wânt zijn biëste was zonder steirt geboren en ou nen eur tussen de veurpuëten.Dien duvel zei: “Gij moet ou ziel geven!” Ja, hij most sterven, war. Terug ’n wedspel en dien boer was terug rapst. Ze moesten om ter huëgst in de lucht vliegen. En ze moukten older ne gruëte vlieger, zwaor genoeg, den duvel en den boer. Mor dien boer deed hem ’n stropbroek aon en die pompten ze vol wind mee ’n blaospijpe want dor waren ten nog giën vélopompen. En ze wieren alle twië opgelaoten en ze gingen tot in de wolken; en as ze zu huëg waren tan sneen ze de kuërde af van den duvel zijnen vlieger en den duvel was weg en den boer kwam terug beneen. En van tan af hên ze fazleven nemir van den duvel huëren klappen. As dien boer beneen kwam stond giël de gebuurte hem af te wachten.

Onderwerp

SINSAG 0881 - Der Teufelsvertrag. Mann schliesst einen Vertrag mit dem Teufel, welcher ihm bei seiner Arbeit Hilfe leistet.    SINSAG 0881 - Der Teufelsvertrag. Mann schliesst einen Vertrag mit dem Teufel, welcher ihm bei seiner Arbeit Hilfe leistet.   

Beschrijving

Een man had zijn ziel verkocht aan de duivel, waardoor de duivel al zijn werk deed. Wanneer de man een korenveld moest maaien, moest hij alleen de vier hoeken maaien, want de duivel deed de rest. Hetzelfde gebeurde bij het planten van aardappelen. Na een tijdje kwam het echter zover dat de duivel de helft van de oogst opeiste. De man besloot de onderste helft aan de duivel te geven. Vermits de man koren had geoogst, was de duivel gefopt. Daarna spraken ze af dat de duivel het bovenste van de volgende oogst zou krijgen. Die keer werden er echter aardappelen geoogst, waardoor de duivel opnieuw gefopt was.
De duivel sloot een weddenschap met de man voor tienduizend frank. Om twee uur moest de man op de hoek van de Kettermijt verschijnen met een vreemd beest. De duivel moest hetzelfde doen. Diegene die het meest vreemde beest had meegebracht, kreeg de man het geld. De man smeerde zijn vrouw vol stroop, plakte haar vervolgens vol pluimen en zette haar een hen op het hoofd. De duivel kwam aangelopen met een kameel met drie bulten. De man was gewonnen, want hij had het vreemdste dier meegebracht; het was er één dat zonder staart was geboren en dat een uier tussen de voorpoten had.
Toen de boer zijn ziel aan de duivel moest geven, kwamen de twee weer tot een akkoord. Ze zouden allebei met een vlieger in de lucht vliegen. Wie het hoogst vloog, was gewonnen. De boer trok een profbroek aan, die hij met een blaasbalg vol lucht pompte, waardoor hij makkelijk kon zweven. Toen de man en de duivel in de wolken vlogen, sneed men de koord van de vlieger van de duivel over, waardoor de duivel wegvloog en voorgoed verdween. Toen de man beneden kwam, stonden al zijn buren hem op te wachten.

Bron

H. Arens, Gent, 1954

Commentaar

6. Sagen - Sprookjes
oost-vlaams (land van waas)
113
Grootvader van de informant
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Sombeke    Sombeke   

Plaats van Handelen

Kettermijt    Kettermijt