Hoofdtekst
Wij hebben hier twaalf jaar de boerderije gedaan, en een varken van honderd kilo op een jaar dat en kosten we niet krijgen; tot zelfs soep voren gemaakt en al de varkeskoten voren opgekapt, en nieuwe stenen g’haald. Tegen niemand niet gezeid; en z’aten maar z’en veranderdegen niet; en ’t er zegt iemand tegen mij: “Dat ik van u waar, ik ging naar Afflighem of naar d’Augustijnen in Gent.” En ik ben over twee jaar naard’Augustijnen gegaan, en z’hebben mij kleine brokes meegegeven, en negen dagen lang moest ik dat in hun eten doen; en op vier maand hadden wij dan een ferm varken. Een koe kalven, gene mutten (kalf), geen melk nimmer! En ik vraag mij af…, ’t er kwamp hier altijd enen “den baard van Geraardsbergen” en hij en had gene goeie naam, en als de mensen hem zagen komen deden ze hun deur toe hé. En op ne keer, ons tante Mathilde was hier. Ik en mijn moeder hadden ons in de kamer weggestoken. “Ah vrouwmens, wone hier alleen, waar zijn die mensen hier?” “Op een ander”, zegt ze zij. “Gelijk aske wilt”, zegt hij; en hij gaat aan, en hij smijt iet buiten, en als hij weg was ging ze kijken wat dat dat was; g’en kost niet zeggen wat dat dat was: bedorven brood of vlees. Mijn vrouwe zegt daarop: “Doet de stoof brannen en wij zullen ’t verbrannen”. Maar g’en kost dat niet houden van de stank hé. Van toen af en heeft hij nimmer binnengeweest. Dat is den diën heel zeker die ons dat aangedaan heeft!
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Op een boerderij waar men veel ongeluk had met de varkens, ging men te rade bij de paters van Gent. De boer kreeg kleine brokjes die hij negen dagen lang in het voeder van de varkens moest mengen. Vier maanden later had de boer een mooi varken. Het kwaad was veroorzaakt door een man uit Geraardsbergen. Die man was een keer op bezoek geweest toen de boerin alleen thuis was. Bij zijn vertrek had de man iets op de grond gegooid waarvan men niet kon zeggen of het bedorven brood of vlees was. Toen men dat opbrandde in de kachel, kon men het haast niet uithouden van de stank.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
2.2 Tovenaars
oost-vlaams (denderstreek)
524
memoraat
Naam Overig in Tekst
paters van Gent   
Gent (paters van)   
Naam Locatie in Tekst
Appelterre-Eichem   
Plaats van Handelen
Gent   
