Hoofdtekst
De joenkheid liet hem gon schèren in ’t schèèrkot, de zoaterdagavond. Lackaetje was van nietent benauwd. Utten (als hij) nor huus gienk, sproenkt er e katte tegen z’n been. Assa mo (altijd maar) liep ze tegen z’n been. Je sliep up de vowte (voute, opkamer). Die katte zat do heel de nacht an ’t veister te schrèèm(en). De zundag, je stot up voe de messe. Je most up e stoel stoan voer an de schoeblienk (schoensmeer) te kun(nen). Je viel van die stoel en ol ze letjes (leden) woaren gebroken. J’èt vreselik gemarteld gewist, deur die katte.En da’s echt gebeurd!
Onderwerp
SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).   
Beschrijving
Een man die zich op zaterdagavond ging laten scheren, kwam op zijn weg naar huis een kat tegen, die de hele tijd tegen zijn been sprong. Bij het raam van de bovenkamer waar de man sliep, zat de kat de hele nacht te miauwen. Toen de man de volgende dag naar de mis wilde gaan, besloot hij eerst zijn schoenen te poetsen. Hij ging op een stoel staan om de pot schoensmeer te nemen en viel op de grond. De man brak daarbij al zijn ledematen.
Bron
M.-R. Nijsters, Leuven, 1969
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (nw van houtland)
9.18
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ettelgem   
