Hoofdtekst
‘k Zijn ik eigentlijk van Eernegem, maar ‘k wonen al van m’n 16 jaar in Oostende. Maar ’t gene dat ‘k hier nu gaan vertellen is eigenlijk van Eernegem. ’t Was daar in ’t bos een pit (put) en ’t brandde daar ’s avonds altijd een luchtje (lichtje) in en ze zeien as je daar koste (kon) ingaan en je koste dat luchtje uitdoven, je vond ton (dan) gelijk een fortuine geld. Dat zat daar begraven, zeien ze. Maar je mochte niet asemen (ademen) of je viel dood; dat is ook maar rare he.
Onderwerp
SINSAG 0183 - Schatzfeuer zeigt die Stelle, wo der Schatz ruht.
  
SINSAG 0182 - Wiedergänger als Irrlicht   
Beschrijving
In een bos in Eernegem was een put waar 's avonds altijd een lichtje brandde. Als je dat lichtje kon doven, dan zou je een fortuin aan geldstukken vinden, zo vertelden de mensen. Maar je mocht niet ademen, want anders viel je dood.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (kamerlingsambacht)
60
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Eernegem   
Plaats van Handelen
Eernegem   
