Hoofdtekst
En ’t geld moesten ze zelf opeten. ’t was ook e Verbrugge in Koksiede. En die menschen werkten nooit. Ze liepen met e sigaar van zolange. Wit je wiene dan ze dein: grote pienten drienken.
Beschrijving
Een man uit Koksijde had geld gekregen van de duivel. Zulk geld moest men zelf uitgeven. Men zag de man dan ook nooit werken; hij dronk veel bier en liep altijd rond met een sigaar in zijn mond.
Bron
S. Van Bael - Lehouck, Leuven, 1969
Commentaar
3.1 Duivels
west-vlaams (bachten de kupe)
742
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Oostduinkerke   
Plaats van Handelen
Koksijde   
