Hoofdtekst
Wij hebben nooit niks met haar aan de hand gehad. Daar woonde een schoonzuster van haar en die spraken niet met elkaar maar dat was iets formidabel. Daar is een jongen van zesentwintig gestorven. Op een korte tijd, op tijd van, van... eerst ging alles in de stallen kapot. En ze zei: 'Ik zal ze de muil nog wel doen opendoen', zei ze dan, 'als ze de muil tegen mij niet kunnen opendoen.' De beesten in de stal kapot, vijf jongens waren daar gestorven, vijf jongens en een meisje op tijd van anderhalf jaar, jaja. En allemaal grote, allemaal kinderen van in de twintig, een jongen van achtentwintig en een van zesentwintig, van achttien. Die ene dat was nochtans een fijne student hè, hoe heette die? Wim, dat was nochtans een fijne student en die studeerde in die tijd in Leuven. En op tijd van nog geen anderhalf jaar waren daar zes en die hadden niks meer. Die mensen zijn van armoe gestorven.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een heks leefde in ruzie met haar schoonzus. Uit wraak zorgde de heks ervoor dat alle dieren in de stal van haar schoonzus stierven. Ook liet ze in een periode van anderhalf jaar vijf zonen en één dochter van haar schoonzus sterven.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
2.1 Heksen
midden-limburgs
l"'
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zutendaal   
