Hoofdtekst
In Rutten was ene weerwolef. Op keremes waren we later uit(ge)bleven voor te zien of we hem nog zouden tegengekomen (sic). Wij kwamen terug, en toen zagen we hem doa; en as die ene rooie zakdoek kan verscheuren, dan is het gedaan. E beetsje later zagen we nog stukken tussen zijn taan (= tanden) hangen, dat was ene van o(n)s compa(g)nie. Later hebben ze zij(n) vel verbjand en toen waster verlos(t).
Onderwerp
SINSAG 0824 - Die verbrannte Haut (Gurt, Halsband)   
Beschrijving
Enkele mannen die terugkwamen van de kermis, kwamen in Rutten een weerwolf tegen. Eén van de mannen gooide een rode zakdoek naar de muil van het beest. Even later ontdekten ze dat de weerwolf een vriend van hen was; hij had de rode vezels van de zakdoek namelijk nog tussen zijn tanden. Later heeft men het vel van de weerwolf verbrand, waardoor hij verlost was.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (tongeren en omstreken)
1026
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Sluizen   
Plaats van Handelen
Rutten   
