Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

FVANH0103_0103_17779

Een sage (mondeling), 1967

Hoofdtekst

’t Was ‘ne keer ‘nen boer van ons gebuurte die zei dat we dieven waren. ’t Lag vlas op zijn land zuuste neven ’t onze. En ’t vlas lag ommeddekeer op ons land. En de zone verweet ons van dief. En zijn vader kwam erbij en hij zei dat ’t geen waar was. En hij vroeg vergiffenisse. En hij zond zijne zeune weg.En dat was vlas dat deur de Varende Vrouwe op ons land was gesmeten. En dat kan hoge gaan zulle, want tussen ons land en ’t zijne stonden er wulgen, wel tien meters hoge, en ’t vlas was daarover gevlogen.

Beschrijving

Een boer werd door de zoon van zijn buurman beschuldigd van diefstal. Het vlas van de buurman lag immers op het veld van de boer. De buurman kwam echter al spoedig tussenbeide om de boer om vergiffenis te vragen. De varende vrouw had het vlas immers naar het andere veld doen vliegen. De varende vrouw kon voorwerpen hoog in de lucht doen vliegen, want tussen het veld van de boer en zijn buurman stonden wilgen die wel tien meter hoog waren.

Bron

F. Van Houdenhove, Leuven, 1967

Commentaar

1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
60
memoraat

Naam Locatie in Tekst

Heestert    Heestert