Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

WJACK0178_0179_5684 - Het vrouwke verdwijnt van het doodsbed en moet verbannen worden

Een sage (mondeling), 1958

Hoofdtekst

Do was een oud vrouwke aan het gras snijden boven in Hout en do koem enen heer af op en paard - vroeger was er gene post - en dien heer had e zakske geld vastgemaakt aan zijn paard en er had zijn zakske verloren. Toen vroeg er aan het vrouwke: 'Hebt gij mijn zakske nie gezien? Ich heb het verloren en ich moet de dood sterven.' - 'Ich heb het nie', zei het vrouwke en het had het geld onder in de mand liggen. Toen was het vrouwke gestorven. Het lag op de waam (doodsbed) en op ene keer was het voert (weg) van de waam. Dat is in Beverst gebeurd en toen hebben ze stenen moeten in de kist leggen. Het wijfke was voert. Daarna koem het altijd terug en het zette alles het ondersteboven. Ze hebben ene pater gehaald en die heeft haar verbannen. Die wat haar leidde moest goed gebiecht zijn en als zij hem iets verweet moest er zeggen: 'Do heb ich boetvaardigheid over gedaan.' Get (wat) daarna goenk ene man zijn broek afdoen aan die jongbos. Er kreeg do slagen en er zag niemand. Toen keèkde (schreeuwde) het wijfke: 'Geef het weer, geef het weer, het onrechtvaardig geld en goed want tot de zevende graad zullen ze verloren gaan.' (En die van Nolkes hadden daarvan geërfd.)

Onderwerp

SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.    SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   

Beschrijving

Een oud vrouwtje was in Hout gras aan het maaien toen er plots een heer op een paard kwam aangereden. "Ik ben een zakje geld kwijt. Heb jij het soms niet gezien?", vroeg de heer. Het vrouwtje dat het zakje geld onderaan in haar mand had gelegd, antwoordde: "Neen, ik heb het niet". Toen het vrouwje was overleden, verdween ze op onverklaarbare wijze van haar doodsbed. Sindsdien kwam de vrouw overal spoken, terwijl ze riep: "Geef het terug, geef het terug, want tot in de zevende graad zullen de nakomelingen tenonder gaan!" Uiteindelijk moest men een pastoor laten komen om het spook te verbannen. De persoon die het spook leidde, mocht niets op zijn geweten hebben.

Bron

W. Jackers, Leuven, 1958

Commentaar

1.4 Luchtgeesten
limburgs (bilzen)
229
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Beverst    Beverst   

Plaats van Handelen

Hout    Hout