Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

JVENK0171_0172_10229 - Een dode te gast

Een sage (mondeling), 1968

Hoofdtekst

Dat waas eine dae ging get wandele vuer op appetiët te kriege, dae hauwe fiêst. En dow waas er uever het kèrkhof gegangen en dow stoetden iè - vreuger waas dat, now is dat neet mië, dat wuurd allemaol in de grond gedujd, as ze e graaf maakde dan goeide ze die köp en die knuek dao oët, en dan laag dat dao - en dow stoetden iè dao tiègenaan. En dow zag er zoê; iè nuujden (noodde) hem oppet fiêst.Dao is ’n hiel leesje (liedje) van.Voor mij komt het staanEn daarom moet ik stervenDie hier gestorven is,Geen nader uur meer derven.En wie ze aan de taofel zaote dow klopde het en dow ging de knech uope doon en dow stong dao e monster vuer. En de knech versjrikde zich en dae leep gauw in en dow zag dae, Machiavel hètde dae: "De moos maar zègge dat de genuujde (genoden (sic)) voltallig zien". "Jaomaa", zag dae, "iè hauw hem oetgenuujd en iè blaef dao." En dow begos er te kallen en dow zag er:"Gij meent als de mens is dood,Zijn lichaam is begraven,Zijn vlees dat is verrotOf geëten van de graven,Dat dat het met zijn zielOok evenzo zal gaan,Maar gij en Machiavel,Gij legt daarbij den haan.Het gaat heel andersom,Ik moet het helaas betreurenEn zoals het is begosZo zal het blijven duren.Gelooft het mij maar vrij,Daar is een rechterstoel,Daar is een eeuwig vuur,Daar is een helschen poel.En daar is ons verblijf,Daar liggen wij te branden.Wij maken veel getierEn knarsen in de tanden.Gij zult het weldra zienEn proeven met der daadHoe dat het na de doodIn ’t ander leven gaat.Dow pakden iè hem mèt e bein en houwden hem op de vloer de kop in.Ze wuoren allemaol loupe gegange, waor; ze wuoren allemaol sjow. Jao, dat waas ’n hiêl dènge.En zonger God te danken veel iedereen neer op stoel en banken wie ze gingen iète. Dow begos dat den, waor."Dat ongelukkig lijkWerd naderhand gemistWaarvan men geen ajer (?)Meer van wist."(Alles waas vort)"Waar pek en solfer blaaktDaar was ik heden nogToen ge met m’n benen spraakt."

Onderwerp

SINSAG 0411 - Toter zu Tisch geladen.    SINSAG 0411 - Toter zu Tisch geladen.   

Beschrijving

Een man die een feest gaf, ging even wandelen op het kerkhof. De man stootte tegen enkele beenderen die daar lagen en nodigde de dode spottend uit op zijn feest. Toen de genodigden aan tafel zaten, werd er plots op de deur geklopt. De knecht ging opendoen en zag een monster staan. De gastheer droeg de knecht op om te zeggen dat het gezelschap al voltallig was. De dode wilde echter niet weggaan en zei: "Als iemand dood is, dan vergaat zijn lichaam, maar jij denkt dat met zijn ziel hetzelfde gebeurt. Geloof mij maar als ik zeg dat er een rechterstoel bestaat en een eeuwig vuur en een helse poel. Daar liggen wij te branden". Daarop greep de dode de gastheer bij de benen en sloeg hem met zijn hoofd tegen de grond.

Bron

J. Venken, Leuven, 1968

Commentaar

1.4 Luchtgeesten
limburgs (maasvallei)
155
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Elen    Elen