Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MVAND0157_0157_13956 - X doet voorbijgangers vallen in de gracht

Een sage (mondeling), 1965

Hoofdtekst

Sofietje Mareit kost de menschen in ’t water toveren. ’t Was do ne gracht die vul begroeid was me riet en je stoend vul me smerig water, mo ’t was dor ’n plekstje in wo dat er geen riet stoend en ’t water was do zo klaar en zo zuuver ofda ’t maar kan. Sofietje Mareit stoend dor altied en o j’azo ’n beetje ipgekleed passeerde zei ze: “Mo gie ziet toch snel, past mor ip da je nie in de gracht lopt” en ip ’t zelfste ogenblik zat je gie top over hoop in de gracht. Z’e wel hoendert menschen in ’t water doen klaaien.

Onderwerp

SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste    SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   

Beschrijving

Een heks kon mensen in een vuile gracht doen vallen. Zelf stond ze bij een stuk van de gracht waar het water merkwaardig genoeg heel zuiver was. Ze sprak dan tot de voorbijgangers: "Je bent toch zo snel, let maar op dat je niet in de gracht valt!" Op die manier heeft de heks wel honderd mensen in de gracht doen vallen.

Bron

M. Vander Cruysse, Leuven, 1965

Commentaar

2.1 Heksen
west-vlaams (n van brugge)
367
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Dudzele    Dudzele