Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CDEWI0080_0080_31962

Een sage (mondeling), zondag 14 december 1997

Hoofdtekst

2 U -Nee, dat zijn aardstralen, bodemmagnetisme dus, aardstralen.5 -Daar moet een boek over zijn, over de wichelroede.(informanten praten even onverstaanbaar door elkaar)2 -Ja, wichelroede. Ge kunt dat in de bibliotheek krijgen en alles.I -Dat moet van speciale twijgen gemaakt worden hé?5 -Niet speciaal. Ge kunt dat zelfs met metaal doen of met koper doen, want in dienen (dat) boek die ik gekocht heb ... (onverstaanbaar).2 -Dat zijn de ongrondse waterlopen hé en bijvoorbeeld waar dat een waterloop over een andere loopt hé, die een beetje ???? , dat zijn mercuriilijnen dat ze zeggen, dat is straling, maar wat doet er hem nu voor het water dat onder de grond loopt is nogal grotendeels vervuild of een ander woord, beter gezegd, elektrisch geladen, alle stoffen vuiligheid, dus dat schuurt overeen en dat brengt nogal een grote straling teweeg hé, ondergronds hé, pas op dat is iets enorm hé, maar niemand zegt dat hé.II -Ja, en als ge daar op slaapt of zo ... ge moet in een bepaalde richting liggen of zo.2 -ja, ja ja.I -En een kerk is altijd gebouwd op twee waterwegen, in de richting van twee waterwegen ja, dat is altijd zo ‘t schijnt.-Dat weet ik.

Beschrijving

Aardstralen en bodemmagnetisme konden ervoor zorgen dat een pendel op een bepaalde plaats schuin hing. Ondergrondse waterlopen waren vaak sterk vervuild, waardoor ze nog een sterkere straling deden ontstaan.

Bron

C. De Winne, Leuven, 1999

Commentaar

2.2 Tovenaars
oost-vlaams (groot-zottegem)
2U
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Strijpen    Strijpen