Hoofdtekst
En die boer a ze beklag edaon bie de paster van de gemeente. Ja zegt en doe look in de pap, zegt en. Van otten e lepel eten an ze lippen estoken hadde, e koster der nie tegen. En otten e lepel eten hadde zeit en “Pap, me look, Vlerus weg en ’t geluk ook.” En die boer ze graon brandde. z’En ton vele tegenekom.
Beschrijving
Een boer was bij de pastoor zijn beklag gaan doen over zijn knecht. De pastoor gaf de boer de raad om look in de pap te doen. Toen Vlerus één lepel van de pap had gegeten, zei hij: "Pap met look, Vlèrus weg en het geluk ook". Het graan van de boer vloog in brand. De boer heeft sindsdien nog veel ongeluk gehad.
Bron
S. Van Bael - Lehouck, Leuven, 1969
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (bachten de kupe)
114
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Vlerus   
Vlèruskot (Leffinge)   
Naam Locatie in Tekst
Eggewaartskapelle   
Plaats van Handelen
Vlèruskot (Leffinge)   
