Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

KBRUY0144_0145_44531

Een sage (mondeling), 1991

Hoofdtekst

5. Heks betovert broertjeF. Oh ja, Joke Gareel. Da's nu niet da'k die ... Maar 'k weet niet hoe dat ze heet, zulle, maar die professor is gaan zoeken op 't gemeentehuis hoe ze heette, omdat 'k wist waar ze woonde, hé. Joke en Treske, maar wie dat nu de moeder was, Joke of Treske, dat weet ik niet, maar d'één heette Joke en d'ander heette Treske. Ja en die, da was ook zo'n geval, hé. Daar mochten wij niks van aanpakken van ons moe. "Als Joke of Treske iets geeft, breng dat direct naar mij hé", zei ze. En daar mochten wij niks van aanpakken, geen appel of geen peke of niksmendalle, dat moesten wij allemaal binnenbrengen. En dat weet ons moe daar ook allemaal op hé, dat kwam dan ... wij waren op straat aan 't spelen, toen kon je gerust op straat spelen, daar waren geen auto's of niks, hé, nen enkele boer die daar met zijn paard voorbijkwam, dan zagen we dat hé, en dan stopte die tot dat we van de steenweg weg waren. Maar dan waren w' allemaal aan 't spelen. Ons moe moest naar Antwerpen voor iets, en ons Irma was dan d'oudste, en ze zei: "Irma, past goed op de kleine mannen, allemaal hé" en ons Louiske, mijn broer dan hé, nu wordt hij in oktober vierentachtig jaar. Maar die was dan een klein ventje, een ventje van een jaar of drie; neen,... zoiets denk ik,., neen zo oud was hij nog niet, want we hadden ons Magriet nog niet,... neen,... en ze schillen maar een goede twee jaar, zodus,... Oh neen, ons Julieke is daar nog tussen, ons Julieke hadden we nog niet. En ons moe reed naar Antwerpen, onze Louis was de kleinste. En we waren op 't straat aan 't spelen, en ineens komt ons Irma zo eens zien hé, en ze zei: "Louis, Louiske, wat zijt gij aan 't opeten?" "Peke", zei hij, "peke". Enne: "waar heb je dat dan gehaald?" En toen wees hij naar dat huis, hé. Ons Irma pakte dat af en die smeet dat in de groenput zeiden ze in dien tijd hé, zo een put in de hof, waar dat 't vuil water in liep, en waar we alles insmeten, en dan was dat door den duur mest, zo hé, dan kosten we daar mee mesten, hé.En die smeet dat daarin. En we speelden voort hé, en ineens zat onze Louis daar op den dorpel hé. En ons Irma ging erheen, en zei: "Wat is 't Louiske?" "Mijn kop doet zeer" Ons Irma zei: "Kom, gaat gij maar in 't bed liggen." Dat was nogal een grote kelderkamer, en dat was, allé één bed stond erop voor ons moe en onze va, maar dan achter de deur, daar stond ook nog een bed, hé en daar sliep dan de kleinste in. En daar legde ze die in hé, en als ons moe thuiskwam,... Ons moe zei direct: "Waar is ons Louiske?" "Ja", zei ons Irma, "die is ziek, dit ligt in bed." En ze ging er naar zien, en direct de dokter, toen had die bijna veertig graden koorts. "En hoe komt dat dan?" En dit en dat. En toen zei ons Irma: "Ja moeder, hij heeft een peke opgegeten van Joke Gareel." "Oh", zei die tegen ons moe, "dan moet je er niet van verschieten!" En toen is die ziek geweest hé, ziek hé, een floris (pleuritis). Een floris had die toen. Maar hoe haalt ge dat? Zo'n klein ventje dat dan aan 't spelen is, ge weet dat niet hé. Maar ik kan zoiets allemaal toch niet geloven, zulle.En toen heeft die zeven jaar "te root" hé, die zelfste tijd een floris gekregen, hé. Da's echt waar, want dat weet ik nu allemaal nog goed. En die lag altijd beneden in zo'n... daar was zo'n breed ijzeren bed, waarin twee kleine mannen ook konden slapen. En daar heeft die altijd in geslapen. K. En was dat dan van dat peke?F. Ja, ons moe zei altijd dat dat dat peke was van Joke Gareel hé. "'k Heb nog zo gezegd dat ge er niks mocht van aanpakken!" Maar ja, ons Irma zei: "Moe, ik was daarachter aan 't werken, en die zijn op 't straat aan 't spelen." En da Joke daar met een peke aankwam uit hun hof en dat aan onze Louis gaf hé,... Maar, ik geloof dat allemaal niet, zulle! K. Neen?

Beschrijving

In Nijlen woonde een heks van wie de kinderen niets mochten aannemen. Een moeder die naar Antwerpen moest, droeg haar oudste dochter op om de hele dag goed voor haar broers en zusjes te zorgen. Toen de kinderen op straat aan het spelen was, zag de oudste dochter plots dat haar kleine broertje iets aan het eten was. Het jongetje had een wortel uit de tuin van de heks bemachtigd en wilde die opeten. De oudste dochter nam de wortel snel af en gooide die in de mestput. Een tijdje later kreeg de jongen hoofdpijn. Het meisje legde haar broertje in het bed dat in de kelderkamer stond. Toen de moeder thuiskwam, stelde ze vast dat haar zoontje veertig graden koorts had. Hij had een longontsteking. Het onheil was ongetwijfeld veroorzaakt door de wortel uit de tuin van de heks. De zeven daarop volgende jaren heeft het jongetje altijd omstreeks dezelfde tijd van het jaar een longontsteking gekregen.

Bron

K. Bruynseels, Leuven, 1991

Commentaar

2.1 Heksen
antwerps (nijlen)
5
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Nijlen    Nijlen   

Plaats van Handelen

Antwerpen    Antwerpen   

Nijlen    Nijlen