Hoofdtekst
‘k Heb ik een gekend van Ichtegem, guste, de timmerman, een vent met drie joengens (kinders). En op een avond z’n wuf ging gaan slapen, ‘k gaan nog niet gaan slapen, zeiten. Maar je (hij) bleef hij zo lange weg en as z’n wuf were naar beneen kwam, je was doodgeslegen. Je was hij van de framassons, een dikke vette vent. Zo je (hij) was allene, ’t was niemand bij. Zo ’t was zeker de duivel die hem komen halen was. Ze zeggen datten in snot (in moes) was.
Onderwerp
SINSAG 0918 - Teufel führt Sünder mit.   
Beschrijving
In Ichtegem woonde een man die lid was van de vrijmetselaars. Op een avond zei de man tot zijn vrouw, die ging slapen, dat hij nog even wilde opblijven. Omdat haar man zolang wegbleef, ging de vrouw na een tijdje terug naar beneden. Daar stelde ze vast dat haar man doodgeslagen was. Wellicht was de duivel hem komen halen.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
3.2 Vrijmetselaars
west-vlaams (kamerlingsambacht)
311
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Stene   
Plaats van Handelen
Ichtegem   
