Hoofdtekst
Mandje de Vrijver verjaagt de spoken.Ne jongen dien een ongeluk gehad had, had een schedelbreuk. Mandje de Vrijver (Mandus de Varrce) die zei “da’s de ka hand, ‘k zal die wel verjagen.” Hij ging dan met de moeder van die jongen op den dijk staan, da stak hij e vuur aan en dan begonnen ze met handdoeken te zwierenj om de spoeiken over ’t Schelle te jagen.
Beschrijving
Een genezer die zieken genas door over hun lichaam te wrijven, beweerde dat hij een jongen die een schedelbreuk had als gevolg van de kwade hand, zou kunnen helpen. De man ging met de moeder van die jongen op de dijk staan, stak een vuur aan en zwierde met handdoeken om de spoken over de Schelde te jagen.
Bron
V. Van Onsem, Leuven, 1967
Commentaar
2.2 Tovenaars
oost-vlaams (waasland en dendermonde)
177
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Berlare   
Plaats van Handelen
Schelde   
