Hoofdtekst
‘k En dat zelve meegemakt. ’t Wos de zundagachternoene. W’an de vrijdag geweest nor Poperinge. We gingen kaffie gon drinken bij die baas in de stad. Die baas vertelde uus dat er dor etwien geweest wos bij nachte en datten geschoten had. De joengens hadden etwot hoord in ulder kamer dat er etwien nestelde an de vijnster. En dat mischge zegt tegen dat ander mischge: "’t Is dor etwien die an ’t vijnster is." En ze ging nor de kamer van heur vader en moeder en ze zei dat. Enne schoot en ze gingen toen gon kijken nor de kamer van zijn joengetjes en de vijnster wos ingeplakt met zworte zepe. Dat wos die bende. Ze woren met e stik of veertiene. Die zundagachternoene, ’t wos in de vasten, we gingen nor de vespers ik en mijn maat van dor niet verre van de deure. Dat wos in Boeschepe dat ‘k ik toen wunde. O’k ik thuus kaam, droenk ‘k ik kaffie. ’t Kaam dor ommèkeer e vint binnen die vroeg : "Vrouwtje, meuk èn aalmoeze èn want ‘k èn in de desmassine (dorsmachien) gezeten en ‘k kunnen niet werken." ‘k Zeggen tegen hem: "’k Zijn ik ook niet rieke," mor ‘k gave hem toch èn holven frank, ja, ten dien tijde… Enne zegt: "Zoe je niet willen e knoop an mijn veste naaien?" Zijn hand stak achter zijn veste up zijn borst. Ik naaide e knoop an die veste. ‘k Zeggen: "Gaaj ook e bitje brood eten met kaffie?" En zegten: "Zijt gij hier ollene?" Ik zein: "Neen’k, mijn vint is hier ook. Ejden (heb je hem) misschien nodig?" "Neen’k, neen’k", zeiten. Otten voortging, gingten ook nor de gebeurs die wunden achter e stik lans (land). Enne vroeg hij dor ook om e knoop an te naaien want oendertusschen hatten ol die knoop were ofgesneên. Mor binst dat je die knoop annaaide, bekeken ze toen heel ’t huus of. Oh, ’t wos zuk e verschrikkelijke bende! Die vint die thuus wos zei: "Ze naait geen knoop an mijn veste, ‘k late varen (laat staan) dat z’een zoe naaien an joen veste. Ga mor voort en je krijgt nieten."
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Een vrouw ging op een zondagmiddag koffie drinken bij een familie uit Poperinge. De man vertelde dat hij de afgelopen nacht naar een inbreker had geschoten. De kinderen hadden iets gehoord en één van de meisjes was haar ouders gaan wakker maken. De man schoot naar de bende, die uit veertien rovers bestond. Even later stelde hij vast dat het raam van de slaapkamer van één van zijn kinderen was ingesmeerd met zwarte zeep.
Toen de vrouw op een zondagmiddag tijdens de vastentijd naar de vespers was geweest, kreeg ze bij haar thuiskomst bezoek van een man die vroeg: "Mevrouw, krijg ik een aalmoes, want ik heb een ongeluk gehad met de dorsmachine en ik kan niet werken". De vrouw antwoordde: "Ik ben ook niet rijk", maar ze gaf hem toch een halve frank. Daarna vroeg de man of de vrouw een knoop aan zijn jas wilde naaien. Nadat de vrouw dat had gedaan, bood ze de man brood en koffie aan. "Ben jij hier alleen?" vroeg de man toen, waarop de vrouw antwoordde: "Neen, mijn man is hier ook. Heb je hem soms nodig?" "Neen", antwoordde de man, en hij vertrok. Later vernam de vrouw dat diezelfde man daarna naar de buren was geweest, waar hij ook vroeg om een knoop aan zijn jas te naaien. Onderweg had hij de knoop namelijk al weer los gesneden. Terwijl de mensen bezig waren met die knoop, maakte de man van de gelegenheid gebruik om het huis te bestuderen met het oog op een inbraak.
Toen de vrouw op een zondagmiddag tijdens de vastentijd naar de vespers was geweest, kreeg ze bij haar thuiskomst bezoek van een man die vroeg: "Mevrouw, krijg ik een aalmoes, want ik heb een ongeluk gehad met de dorsmachine en ik kan niet werken". De vrouw antwoordde: "Ik ben ook niet rijk", maar ze gaf hem toch een halve frank. Daarna vroeg de man of de vrouw een knoop aan zijn jas wilde naaien. Nadat de vrouw dat had gedaan, bood ze de man brood en koffie aan. "Ben jij hier alleen?" vroeg de man toen, waarop de vrouw antwoordde: "Neen, mijn man is hier ook. Heb je hem soms nodig?" "Neen", antwoordde de man, en hij vertrok. Later vernam de vrouw dat diezelfde man daarna naar de buren was geweest, waar hij ook vroeg om een knoop aan zijn jas te naaien. Onderweg had hij de knoop namelijk al weer los gesneden. Terwijl de mensen bezig waren met die knoop, maakte de man van de gelegenheid gebruik om het huis te bestuderen met het oog op een inbraak.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
23A
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Langemark   
Plaats van Handelen
Poperinge   
