Hoofdtekst
Ossaerd is de vrijer.In Kieldrecht haan ze mee den Ossaerd te doen mee zijn berevel.In de Nieuwstraat kwam ne jonge en e meske van de kermis en da was zoë rond twaalf uur.Die jongen zeet tegen da meske dattij weg moest en hij zeet, ge zult iemand tegekome maar ge mut nie benaat zijn, ge mut aawe zakdoek in zijne mond steken en hij zal erop bijte en dan dee die nietske aan da vraamens.En ’s zaterdags zaten de vezels tussen zijn tanden dus die jonge haa da gedaan.
Onderwerp
SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.   
Beschrijving
Een jongen en een meisje kwamen omstreeks middernacht langs de Nieuwstraat terug van de kermis. Op zeker ogenblik sprak de jongen tot het meisje: “Ik moet even weg. Je zal iemand tegenkomen, maar je hoeft niet bang te zijn. Je moet je zakdoek naar de muil van de gedaante gooien”. Zo gezegd, zo gedaan. De volgnede zaterdag stelde het meisje vast dat de vezels van haar zakdoek tussen de tanden van haar vriend zaten.
Bron
H. Verherstraeten, Leuven, 1970
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (noordelijk waasland)
56
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Beveren-Waas   
Plaats van Handelen
Nieuwstraat   
