Hoofdtekst
Mijn grootvaders vader ging hete (kruid uit het bos waarvan men bezems maakt) gaan trekken. Mijn grootvader was mee en zijn vader zei: "Jongen, dat je al hoort dat je ziet, ge moogt niet zeggen”. In Tillegem als ze hete aan het trekken waren, kam d’r daar een schone juffrouwe. Ze lei dat heet in bondjes en ze gaf ze op ook. Buiten ’t bus is ze weg. Als ze aan ’t waterkasteel komen, zien ze nen hond in ’t water springen.
Beschrijving
Een man ging samen met zijn zoon naar het bos om er takken te halen, waarvan men bezems kon maken. De vader had tot zijn zoon gesproken met de woorden: "Jongen, wat je ook hoort of ziet, je mag niets zeggen". Toen vader en zoon in Tillegem aan het werk waren, verscheen er plots een mooie juffrouw. Ze legde de takken in hoopjes en gaf ze aan de man en zijn zoon. Bij het verlaten van het bos zagen de vader en zijn zoon de juffrouw niet meer. Bij het waterkasteel zagen ze een hond in het water springen.
Bron
W. Van Houcke, Leuven, 1970
Commentaar
1.1 Watergeesten
west-vlaams (houtland)
11
Overgrootvader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Veldegem   
Plaats van Handelen
Tillegembos   
