Hoofdtekst
Ik was ’ne jongen van ’n jaar of vijftiene.‘k Was bezig met werken in de scheldemeersen t’Outrijve en de Varende Vrouwe passeerde. En al ’t hooi vloog in de lucht waar dat ze passeerde. En dat volgde schone ’n lijne: ze volgde ’n rechte bane. En ze paste ’n huis met ’n strooidak en der was ’n groot gat ingemaakt.Dat is lijk ‘ne wind die uit de grond komt, en dat gaat alzo rechte de lucht in, en toen gaat dat were rechte weg.
Beschrijving
Een jongen was in Outrijve aan het werk in de natte hooiweiden langs de Schelde, toen de varende vrouw voorbijvloog en al het hooi in de lucht deed vliegen. Wat verderop maakte de varende vrouw een gat in een strooien dak. De varende vrouw was een wind die uit de grond kwam en die in een rechte lijn voort vloog.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
61
Jeugd van de informant
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Heestert   
Plaats van Handelen
Schelde   
Outrijve   
