Hoofdtekst
L.V.: Een boer, die kon zijn werk niet gedaan krijgen.X: Ja.L.V.: En toen was daar een mens voor hem verschenen.X: Ja.L.V.: “Als ge uw werk niet kunt gedaan krijgen, weet ik niet waarom ge er geen papier voor neerlegt met wat ge moet gedaan hebben.” En toen had die boer dat gedaan. En toen stond op dat papier geantwoord: “Ja, we komen u helpen, maar we moeten eten en drinken hebben.”X: Ja.L.V.: En toen had die boer goede soep gekookt, goede aardappelen, groenten...X: Ja.L.V.: ... en een stuk vlees. En toen hadden die kabouters voor hem gewerkt. En zodra die kabouters gedaan hadden, daar was hij fier op, mar dat had wat veel gekost. En toen vroeg hij de kabouters weer met een papier en die kwamen. En toen had hij een oude schoen gekookt in de soep. En dat goed verdeeld. En toen ze aan het eten waren, hadden ze toch de soep uitgegeten, de aardappelen ook. Maar dat vlees, die schoen, daar waren ze niet mee akkoord. Toen zei één van die kabouters: “Ik heb van mijn leven nog zo een taaie fitsepats gegeten. We zullen hir maar vertrekken en het werk vernietigen.” Toen had hij nog meer schade dan hij eerst had. Toen hadden ze hem alles ook nog vernield.X: Allé nu. Is dat echt gebeurd?L.V.: Dat moet gebeurd zijn.X: Ge hebt dat horen vertellen?L.V. : Ja.X: Van wie?L.V.: Van mijn moeder.
Onderwerp
SINSAG 0066 - Die zähe "fikkefak"   
SINSAG 0063 - Die hilfsbereiten Zwerge arbeiten in der Nacht für die Menschen für Nahrungsmittel (Tabak, Geld)   
Beschrijving
Een boer die zijn werk niet klaar kreeg, schreef alle taken die nog moesten gedaan worden op een blad dat hij op de tafel achterliet. De volgende dag stond op dat blad de volgende tekst als antwoord: "Ja, we komen je helpen, maar we willen eten en drinken hebben". De boer kookte lekkere soep, aardappelen, groenten en vlees. Toen de kabouters dat eten hadden gekregen, deden ze al het werk voor de boer. Een tijdje later had de boer de hulp van de kabouters weer nodig. Omdat vlees erg duur was, besloot de boer een gekookte schoenzool voor vlees te laten doorgaan. De kabouters aten alles op, maar toen ze in de schoenzool beten, sprak één van hen: "Ik heb in heel mijn leven nog nooit zo'n taaie fitsepats gegeten. We zullen hier maar vertrekken en het werk vernietigen". Daarna had de boer nog meer schade dan hij voordien had gehad.
Bron
K. Abrahams, Leuven, 1986
Commentaar
1.2 Aardgeesten
limburgs (eksel)
155.1
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Eksel   
