Hoofdtekst
Dzje kalt (= spreekt) dan ereges van, mè den aa Pries, as die zijne rooie maalneuzik (= zakdoek) nie uitgehaald had, dan waster dood! Die was met zijne vriend, en die veranderde ineens in hond, en he viel hem aan. Weiter (= toen hij) de maalneuzik op hem aan gooide, beet er doa in, en 't was gedaan.
Onderwerp
SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.   
SINSAG 0804 - Werwolf nimmt viele Gestalten an.   
Beschrijving
Oude P. schrok zich haast dood toen hij zag dat de vriend met wie hij stond te praten, plotseling veranderde in een hond. Omdat P. door de hond werd aangevallen, gooide hij snel een rode zakdoek naar de muil van het dier.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (tongeren en omstreken)
R100
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Rutten   
