Hoofdtekst
Kabouterkes doen werk in de hof.Daar oep Zeuvenstaar (Zevenster) d'r zaten de kabouterkes en die kwamen zoe gedurig in den hof zoe van alles wat halen. En dan was er d'r ene en dien had d'r zoe ne riek gezet en dien had d'r werk te doen en dien had vijf centiemen oep die riek gelee, oep die kruk. En die lei d'r een briefke bij wa werk at er must gebeuren. En 's anderendaags 's morgens kwam die d'r veur da werk te doen en dan was dat af. Dat hemmek dikkels van mensen die at al oud waren horen uitleggen. En die wouwen mij da veur waar doen aannemen. En dat is naa al zoeveul jaar geleien hé en a'k d'r naar koom dan deenk nog altijd aan die kabouterkes en dan deenk: "Hier hemmen die kabouterkes geresedeerd (gewoond). Ja, ja, da mut daar gebeurd zijn oep de Zeuvenstaar.
Beschrijving
Bij Zevenster zaten kaboutertjes die altijd allerlei zaken in de tuin kwamen halen. Op een dag had een boer in zijn tuin een mestvork achtergelaten en er vijf centiemen bij gelegd. Er lag ook een briefje waarop beschreven stond welke klusjes nog moesten gebeuren. De volgende ochtend stelde de boer vast dat zijn werk gedaan was.
Bron
H. Hendrickx, Leuven, 1962
Commentaar
1.2 Aardgeesten
antwerps (overgangsgebied antwerpen - kempen)
2
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ranst   
Plaats van Handelen
Zevenster (Ranst)   
