Hoofdtekst
Richard Nijs, de broer van Juul, die pastoor was in Overpelt, die vaarde altijd naar 't Kamp met vrachten. En op ne keer, dan moesten ze 's avonds door de hei, daar lag toen nog gene steenweg. En 't was donker en ineens zat hem de weerwolf op zijne nek. Den helen nacht heeft hij moeten varen, hij kos zijne weg nie vinden. Tot 's morgens te lichten toen vond hij zijne weg terug.
Onderwerp
SINSAG 0801 - Werwolf lässt sich tragen.   
Beschrijving
Toen Richard N. 's avonds door de heide reed om een lading naar een kamp te brengen, werd hij besprongen door een weerwolf. Richard raakte verdwaald, zodat hij pas 's ochtends de weg terugvond.
Bron
I. Kenens, Leuven, 1957
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (noord-west)
283
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Richard N.   
Naam Locatie in Tekst
Hechtel   
