Hoofdtekst
Hier was ene man, den Houten, die dronk veel en die zei altijd: 'Vutje wilste beremes guren', 'Keelke wilste dreeg sturen' (Voetje wilt ge bloot lopen, Keelke wilt ge droog staan) en toen goenk er eens op een nacht jowes (naar huis) en toen stond do e kalf. En er zei: 'Ich gaan mech do eens opzetten.' En de vaars werd altijd groter en groter. En toen wei 't op de Bergkuik kwam wierp het hem af, bekans aan Wèzet. De wèrewolf deed niks maar er maakte dech altijd zo beroerd.
Onderwerp
SINSAG 0804 - Werwolf nimmt viele Gestalten an.   
Beschrijving
In Mopertingen woonde een man die 'den Houten' werd genoemd. Die man dronk veel en zei de hele tijd: "Voetje, wil je bloot lopen. Keeltje, wil je droog staan". Toen de man op een nacht naar huis ging, ging hij op een kalf zitten dat steeds groter en groter werd. Bij de Bergkuik in Waltwilder wierp het kalf de man op de grond. Dat kalf was een weerwolf.
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (bilzen)
470
fabulaat
Naam Overig in Tekst
den Houten
Houten
Houten
Naam Locatie in Tekst
Mopertingen   
Plaats van Handelen
Bergkuik (Waltwilder)   
Mopertingen   
