Hoofdtekst
Beschrijving
Een smid had zeven werklieden. Toen de smid bijna geen werk meer had, stond hij wanhopig te zuchten. Op dat moment verscheen er een vrouwtje met een kap op haar hoofd. De vrouw vroeg de smid wat zijn probeem was. “Dat is niet erg”, sprak de vrouw vervolgens, “als je mij voor zeven jaar je beste pand verkoopt, dan zal je zeven jaar lang werk hebben voor je zeven knechten”. De smid moest een contract ondertekenen, waardoor hij een pact sloot met de duivel. Zeven jaar later had de smid veel geld verdiend. Op een dag kwam Sint-Pieter aangereden op een paard dat kreupel was omdat het zijn hoefijzer was kwijtgeraakt. Sint-Pieter sprak tot de smid: “Je moet mijn paard beslaan, want ik kan niet meer voort”. Daarop antwoordde de smid: “Neen, ik mag u niet helpen, want ik heb mijn ziel aan de duivel verkocht. Je moet mij drie zaken geven. Het eerste is een speciale zak waaruit niets of niemand kan ontsnappen”. Nadat hij dat had gekregen, ging de smid naar huis. Intussen had Lucifer één van zijn duivels te paard naar de smid gezonden omdat diens tijd verstreken was. Toen de duivel verscheen, zei de smid: “Wacht, zo kan ik niet meegaan, want ik ben helemaal zwart. Ga even in de zetel zitten en dan zal ik mij gaan wassen”. De zeven knechten hadden echter een pot met vuur klaargezet om de duivel te verbranden. Daarop sprak de duivel: “Ik ga mij verbranden en ik heb al zoveel geleden in het vuur van de hel. Ik zal maar teruggaan zonder de smid”. In de hel gaf Lucifer aan een andere duivel de opdracht om de smid te gaan halen. Deze duivel was er één met een grote mond. Toen de brutale duivel bij de smid kwam, zei deze laatste: “Ja, ik kom zometeen. In de tuin staat een pruimenboom. Ga daar maar enkele pruimen plukken om onderweg te eten”. De duivel klom in de pruimenboom, waarna de smid zijn zeven knechten er met gloeiende ijzers naartoe zond. Ook deze duivel vluchtte voor de kwelling. Daarna besloot Lucifer in hoogsteigen persoon naar de aarde te gaan om de smid te halen. Bij de smid gekomen sprak Lucifer: “Het is niet van zetel of van pruimen, ge gaat mee op je klompen”. Daarop zei de smid: “Ik ga mee”, en hij vertrok met de speciale zak van Sint-Pieter onder zijn arm. Omdat het zo warm was, werd de smid al gauw moe en liet zich door Lucifer dragen. Daarna liet Lucifer zich een tijdje door de smid dragen. De smid had zijn knechten echter de opdracht gegeven om hem met een dikke hamer tegemoet te treden. Samen slaagden ze erin Lucifer in de zak te steken en er met een hamer op te slaan. Daarna kon Lucifer niet meer terug naar de hel. Daardoor bestond er geen hel meer.
Bron
D. Herbots, Leuven, 1974
Commentaar
7. Sprookjes
brabants (oosten)
163A
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Heilige Pieter
Pieter (Heilige)
Pieter (Heilige)
Lucifer   
Naam Locatie in Tekst
Orsmaal-Gussenhoven   
