Hoofdtekst
Twee jonge meisjes, ze gingen naar een dansfeeste en ze gingen preuts lijk veertig en ze kommen een Dutschen schaper tegen en ze zeien geen gêndag deregen, - ja, fier enè, en een schaper enè, - ze gebaarden nooit dat ze hem zagen. Als ze alzo een meter tien, vijftien vodder (verder) kommen: en je loopt gij vol luizen. En van u, ’t zijn der nog meer, zei d’ander. Ze ze keren were, en ze kommen nog een keer bij dien schaper. “Hoe”, zegt’n, “mamseltjes, zijt gij al in ’t werekeren”? “Ja’m”, zeien ze, “me kunnen alzo niet verder. Me zijn al vol luizen”. “Een naaste keer”, zei’n, “zijt beleefd egen de menschen, zegt tegen alleman goên dag”! En ze zeien: “Me gaan dat alzo niet meer doen”. En al de luizen waren weg.
Onderwerp
SINSAG 0582 - Hexe schickt Läuse, Flühe, Mäuse.
  
Beschrijving
Twee hoogmoedige meisjes die naar een dansfeest gingen, kwamen een Duitse schaper tegen en groetten hem niet. Tien meter verder zaten de meisjes vol luizen. De meisjes keerden wanhopig terug. Toen ze weer voorbij de schaper kwamen, vroeg deze laatste: "Wel, gaan jullie al terug?", waarop de meisjes antwoordden: "Ja, we zitten vol luizen en we kunnen zo niet gaan dansen!" Daarop antwoordde de schaapherder: "Wees de volgende keer beleefd tegen de mensen en zeg tegen iedereen goeiedag". "We zullen het niet meer doen", antwoordden de meisjes. het volgende ogenblik waren de meisjes van de luizen verlost.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (franse grens)
386
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Duitse schaper   
Naam Locatie in Tekst
Proven   
