Hoofdtekst
Pier Hebben wunde in èn hovekotje up de mote in de Galgestrate. ’t Wos e krepel met èn hoge keute (heup). Enne wunde dor met zijn dochter Stefanie. Otten (als hij) dood wos kwam Jan Vandoren, ze noemden hem Jan van Roeselare omdatten van Roeselare wos, dor weunen. ’t Wos e slunsemarchand (voddenkoopman) die roend leurde met haringen datten up e zworten doek lei. Ze zagen e luchtje vanuut de gravee (kiezelweg) wor dat me wieder weunden. Ze zein toen: "T’is verkeer (spokerij) up de mote. ’t Is Pier Hebben of Jan van Roeselare die werekeert."
Onderwerp
SINSAG 0182 - Wiedergänger als Irrlicht   
Beschrijving
In de Langemark woonde een oude kreupele man met een hoge heup. De man woonde daar samen met zijn dochter. Toen de man gestorven was, kwam er een voddenverkoper uit Roeselare die met haringen leurde, in het huisje wonen. Later kon men van op de kiezelweg een lichtje zien branden in de buurt van dat huis. De mensen geloofden dat het de kreupele man of de voddenverkoper was, die terugkeerde.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (vrijbos)
4D
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Langemark   
Plaats van Handelen
Langemark   
