Hoofdtekst
Oe’k joenk was sliep ik bie mien broere. Ik zoage oltied entwodde noa mien bedde krupen en ton over mie. Ik makte mien krus en ’t was weg. Ik zei dat tegen mien moeder en ze zei: “ge moet gij van de moare bereen gewist hèn”.
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
Een jongen die bij zijn broer op de kamer sliep, zag 's nachts altijd iets over zich heen kruipen. Nadat de jongen een kruisteken had gemaakt, verdween de vreemde verschijning. De moeder zei dat de jongen wellicht door de maar was bereden.
Bron
R. Callens, Leuven, 1968
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (tielt en izegem)
96
Kindertijd van de informant
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Ingelmunster   
