Hoofdtekst
'Zjangke' van 'Klemeumerke' (= Klein Membruggen) legde kaarten. Doa waren koijonges (= kwajongens) in 't huis en doa was ook e metske (= meisje) hier, die was gek noa ene jong(en). 'Zjangke' was ook hier; ze zeien tegen hem 'leg de kaarten toch nog eens!' Hij legde de kaarten, pakte ze weer terug op, ''t is mis!' zeiter. Hij begon opnieuw: 'doa! zeiter ten lange leste, doa is ene jong'en) gek noa oech (= U), het is ene zwatte en hij woont in 'het hout'.' En het was ook zo, en ze was zo blij mè ze zijn nooit getrouwd.
Beschrijving
Een meisje ging naar kaartenlegger Zjanke in Membruggen omdat ze verliefd was op een jongen. Zjanke vertelde het meisje dat er een andere jongen verliefd was op haar; het was een zwartjarige jongen die in 'het hout' woonde. Het meisje was dolgelukkig, maar ze is nooit met die jongen getrouwd.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
2.2 Tovenaars
limburgs (tongeren en omstreken)
926
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Zjanke   
Naam Locatie in Tekst
Membruggen   
Plaats van Handelen
Membruggen   
