Hoofdtekst
24.32 Nu op een mooie dag gebeurde het dat daar een kwade hand was in Tongeren ergens hé. En daar was een kussen en daar was ’n ring in hé. En dat was dan daar hé (die van Noele: Van Dijck, informanten 21 en 22). Nu zegt mijn moeder tegen mij: "Luister eens hier hé meisje, je woont in zo een oud huis, weet je wat je moet doen?" zegt ze, "Hier waren ze drie ordinaire vieze meubelen (oude vrouwen) op de steenweg, weet je wat je moet doen?" Ik zeg: "Wat dan?" "Om twaalf uur ’s nachts, dan neem je zout mee naar boven", zegt ze, "en om twaalf uur ’s nachts kom je naar beneden en dan strooi je het zout in je gang en je maakt een kruis." Ik zeg: "Moeder toch." "Doe het," zegt ze hé. Ja, allé, ik heb dat dan ook alweer eens gedaan hé. ’s Nachts om twaalf uren, en op die blauwe stenen, ja, en daar had ik dan weer iets aan de hand hé: al die stenen wit getrokken van het zout, dat versta je van alleen hé (lacht).
Beschrijving
Een meisje dat in een oud huis woonde langs een weg waar drie oude vrouwen woonden, kreeg van iemand de raad om om middernacht zout op de stenen te strooien.
Bron
E. Meeus, Leuven, 1985
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (tongeren)
24.32
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Tongeren   

