Hoofdtekst
Dat zegden ze altijd, dat als ge nu e kruiske maakte en daar was 'n vrouw voor u en ze keek om dan was 't 'n heks. En ge moet mich nie zeggen dat 't nie bestaat; wat vroeger bestaan heeft, dat bestaat nu nog. Ich disketeer dik genoeg met de pastoor en dan zeg ich 't hem. 'Ja, ja' zegt hij dan. Maar de mensen zijn nie zo gelovig meer als vroeger.
Beschrijving
Als er een heks vóór je liep, dan keek ze om wanneer je een kruisteken maakte.
Bron
I. Kenens, Leuven, 1957
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (noord-west)
241
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Kaulille   
