Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

JASPE0121_0122_11746 - Vrouw geeft Mare over aan paard

Een sage (mondeling), 1958

Hoofdtekst

Een knecht toe, ja, Serafijn Clerckx z’n vader, je (hij) sliep hij in ’t stal he en alle nachtende (nachten) van tien tot twee gingen z’n peerden aan ’t zweten en schuimen en schudden en beven en die vent hadde daar al een keer of drie bij geweest ’s nachts en je (hij) zag hij daar niet aan. En binsten dag, die peerden waren maar half uitgerust. En ne (hij) was ekeer bezig op ’t land, aan ’t werk azo en ne moste (hij moest) alle steppen stoppen omdat ze (zijn) peerden te moe waren en ’t passeerde daar een oud wuf voorbij en zeg ze: zijn ze moe? En je vertelde hij geheel die historie van dat ’s nachts daar he. Ewè (hewel), zeg ze, da’s de Mare. En weet je wiene (wat) dat je d’r voren moet doen, je ga naar de paster en je vraagt een flesje gewijd water en je giet dat in een seule (emmer) en je doet die seule vol met ander water. Maar je meug (mag) daar tegen geen mens een woord van zeggen. En vannacht te twaalven, half weg de tijd he, sta je al achter in ’t stal gereed met die seule water, je maakt een kruis en smijt water over de peerder under (hun) rik (rug). En je ga wel zien wiene (wat) datter ga gebeuren. Zo die vent doet dat en ten twaalven hij smijt die seule (emmer) water over under rik en in een trek j’hoorde hij daar azo een gerobbel en een gedunder en die peerden vallen stille. En ne (hij) kijkt met z’n lanteern en ne ziet daar een vrouwmens op die peerden zitten, met lang wild haar, geheel in haar bloten (naakt). Zo je vraagt hij wiene (wat) doe je gij daar he en ze komst zij van die peerden en ze zegt: je zijt bedankt he, tegen hem. ‘k Waren ik zelve bereen van de Mare en alle nachten koste ze zij dat vier uren overgeven aan die peerden. Zo ze was zij nu ook verlost he, daarmee.

Beschrijving

De paarden van een boer stonden iedere nacht in de stal te zweten en te schuimbekken. Overdag waren de dieren zo moe dat de paardenknecht zijn werk niet kon doen. Op een dag kwam er een oude vrouw voorbij, die de knecht de raad gaf om een flesje wijwater in een emmer water te gieten en het water om middernacht over de rug van de paarden te gieten. Toen de knecht dat had gedaan, zag hij een naakte vrouw met lange haren op één van de paarden zitten. De vrouw bedankte hem en legde uit dat ze zelf door de maar werd bereden. 's Nachts kon ze die plagerij gedurende vier uur aan de paarden doorgeven.

Bron

J. Aspeslagh, Leuven, 1958

Commentaar

1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (kamerlingsambacht)
95
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Nieuwpoort Bad    Nieuwpoort Bad