Hoofdtekst
30F’ Een echte heks zeiden ze ook, allé waarvan ze zeiden dat een heks was. Die kon ook niet sterven of die moest haar macht voortgeven. En die is bij een tante van mij dan, een zuster van mijn vader.x Ja.30F’ Is die gestorven. En ik heb nooit geweten dat die zuster van mijn vader, daar hebben ze nooit een heks tegen gezegd. En of die van zijn leven iets gedaan had, die…x Mmm.30F’ Daar weet ik niks van. En ik heb van die tante, van die tante dan, maar toen was die al dood. Als die er was ben ik er geweest, maar daarna ben ik er nog veel geweest. Als zij al weduwe was. En ik heb daar nooit iets van gehoord of gezien, dus dan heeft die dat toch niet moeten overnemen.
Beschrijving
Een heks kon niet sterven vooraleer ze haar toverkracht aan iemand anders had doorgegeven.
Bron
T. Bergen, Leuven, 2003
Commentaar
2.1 Heksen
vlaams-brabants (groot-aarschot)
30F'
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Rillaar   

