Hoofdtekst
Op Allerheiligenavond duurt de vesper lange - ge weet dat hé -. ’t Is donker, en in ‘t "Kruiswater" komt er ‘ne mens van de vesper en ’t regende. En in ene keer, alwel dat ’t al donker was, ’t was al klaar!! Hij kijkt door zijnen paraplu die doorzichtbaar is hé, en ’t zit daar lijk ’n luchtje boven op ’t stokske, op ’t uiteinde van zijnen paraplu. En zegt ie: "Wat is dat nu?... ‘k Heb nog g’hoord van doodkeerskens, dat is garantie dadde!" Hij komt thuis, hij snukt zijnen paraplu toe en hij springt in huis. Hij kijkt deur ’t sleutelgat, en dat luchtje zit op d’hage en hij zegt: "Kijk, ze zit daar!" En met dat hij wijst, ‘ne slag op de deure, en … de vijf vingers stonden der in.Variant:Ja, ‘k heb nog gehoord dat ge nooit niet mag wijzen naar ’n doodkeerske. ‘k Heb nog een gekend, en hij wees toch ‘ne keer naar één en der vloog ’n hand op de deure, en ’t stond er in!
Onderwerp
SINSAG 0212 - Spötter pfeift Feuermann heran
  
Beschrijving
Een man die met Allerheiligen 's avonds bij regenweer terugkwam van de vesper, zag bij het Kruiswater een lichtje op het uiteinde van zijn paraplu zitten. De man vermoedde dat het om een doodkeers ging. Toen hij thuiskwam, zag hij door het sleutelgat het lichtje op de haag zitten. Toen de man wees en zei: "Kijk, het zit daar!", sloeg het lichtje vijf vingers in de deur.
Naar een doodkeers mocht men niet wijzen, want dan brandde ze een hand in de deur.
Naar een doodkeers mocht men niet wijzen, want dan brandde ze een hand in de deur.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
19
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Kruiswater   
Allerheiligen   
Naam Locatie in Tekst
Ingooigem   
