Hoofdtekst
De molder (= molenaar) van Lauw, die had veel gepak (= gestolen). Noa zijn dood kwamter terug als hond. Die zwatte hond dat was de duvel. Hij da(n)sde op 't water van de Jeker en kroop aan 't Meulerad op. Ze hebben ene jonge pastoor van Rutten gehaald, die deed ter duvel voor hem verschijnen; mè toen zei die: 'Zjiè kunt mich nie wegjagen, zje he(b)t ene kabuis gepak vroeger!' - 'Dat is waar, zie de pastoor, maar ich heb ene frank op de stok geleg(d), bo ich hem afgesneden had.' Die he(ef)t hem toen uitgejaag(d).
Onderwerp
SINSAG 0258 - Plagegeist durch Pfarrer (Pater) gebannt
  
SINSAG 0362 - Toter kehrt als Tier wieder. Erklärung der Erscheinung des Spuktieres.
  
Beschrijving
Omdat de molenaar van Lauw tijdens zijn leven veel had gestolen, moest hij na zijn dood komen spoken in de gedaante van een duivelse zwarte hond. De hond danste de hele tijd op het water van de Jeker en kroop dan langs het molenrad omhoog. Een jonge pastoor uit Rutten kwam naar de molen om het spook te verbannen. Toen de pastoor de duivel liet verschijnen, zei die echter: "Jij kan mij niet verbannen, want jij hebt vroeger zelf een kool gestolen." Daarop antwoordde de pastoor: "Dat is waar, maar ik heb een frank in de plaats gelegd." Daarna slaagde de pastoor er in om het spook te verbannen.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (tongeren en omstreken)
445
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Vechmaal   
Plaats van Handelen
Lauw   
Jeker (rivier)   
Rutten   
