WACHT0255_0256_3639 - Knecht sloot pakt met de duivel - overlezing
Een sage (mondeling), 1971
Hoofdtekst
Ge zoudt zeggen van heksen? Ik kende ene en die zijn grootvader heeft de duivel in huis gehad. Dat was een boer en die had paarden en alles en die had een knecht. En alle dagen moesten dat paard en de knecht naar huis om twaalf uur hè. En die had zijn ziel aan de duivel verkocht. En die zat altijd in de cafés en die had altijd vijf cent. Een borrel gedronken, vijf cent gegeven. Weer een pint, vijf cent: die kon de ganse zondag drinken voor vijf cent. Ja, die kwam altijd bij, die vijf cent hè. En daarmee kwam hij zekere dag om elf uur thuis met het paard. En toen zei de boer: 'Waarom komt ge zo vroeg thuis?' 'Ja', zegt hij zo, 'ga maar kijken achter de grijze merrie.' En de boer ging kijken en daar lag de duivel, een grote zwarte hond. En zij woonden dan een uur van St. Truiden af en daar waren de bruine paters van St.-Truiden en die daarheen gegaan. Het was elf uur door en om twaalf uur moest de duivel weg. En die pater had twee paarden afgereden en om kwartier voor twaalf was hij in de paardestal en hij kon de gebeden maar half en half lezen en die duivel vloog aan de muur uit. Een groot gat en dat gat hebben ze nooit niet meer kunnen toekrijgen. En dan is de knecht verdwenen en ze hebben nooit niks meer van de knecht gehoord.
Beschrijving
Een boer had een knecht die een pact had gesloten met de duivel. De knecht ging altijd op café en dronk de hele zondag borrels voor vijf cent. Zodra de knecht zijn vijf cent had uitgegeven, zat er alweer vijf cent in zijn zak. Gewoonlijk kwam de knecht pas om twaalf uur thuis. Toen de jongen op een dag al om elf uur thuiskwam, vroeg de boer: "Wel, waarom ben je zo vroeg thuis?" Daarop antwoordde de knecht: "Ga maar eens kijken achter de grijze merrie. De duivel ligt daar". Toen de boer achter de merrie inderdaad een grote zwarte hond zag liggen, liet hij de bruine paters van Sint-Truiden komen. De pater die om kwart voor twaalf in de stal aankwam, begon snel zijn gebeden te lezen. Het volgende ogenblik vloog de hond door een gat in de muur naar buiten. Dat gat heeft men nooit meer kunnen dichtmaken. De knecht is vertrokken en nooit meer teruggekomen.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971