Hoofdtekst
Man betoverd.Onze Pieter was ne struise kerel, ne felle vent. Maar op ne keer werd hij ziek en hij vermagerde met den dag. B. raadde ons aan naar Dendermonde bij de paters te gaan. Mijn moeder ging mee onze Pieter bij de paters. Die vroegen haar: “Hebt gij niets geleend aan iemand?” Mijn moeder zei dat ze van niets wist en waarom dat ze dat vroegen.” “Wel”, zei er een pater, “van morgen zijn er hier mensen van Erpe geweest en die hadden een doopdoek geleend”. Als mijn moeder dat hoorde, ging haar haar omhoog staan van schrik want ze had een doek geleend aan Siska, een oude vrouw, die hier in een van die huizekens woonde. En nu wist mijn moeder dat die Siska dat gedaan had.
Beschrijving
Een man die altijd sterk en gezond was geweest, werd ziek en vermagerde sterk. De moeder van de man kreeg de raad om naar de paters van Dendermonde te gaan, waar men haar vroeg of hij soms aan iemand iets had geleend. De vrouw realiseerde zich plots dat ze een doek aan een oude vrouw had uitgeleend en wist meteen dat die vrouw voor het onheil verantwoordelijk was.
Bron
P. Henderickx, Leuven, 1959
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (tussen schelde en dender)
218
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Dendermonde (paters van)   
paters van Dendermonde   
Naam Locatie in Tekst
Vlekkem   
Plaats van Handelen
Dendermonde   
