Hoofdtekst
’t Heeft hier vroeger nog een vent gewoond op Leffinge, je (hij) kwam eigentlijk van Aartrijke, geloof ik, maar j’heeft hier lang geleefd, z’n weeuwe (weduwe) leeft nog hé. En j’hadde hij ook een boek. En ’t was daar een die die boek een keer vastgekregen had en je las erin. Maar die vent kwam direkt aangelopen, je voelde hij dat gelijk. Stop, stop, stop, zeiten, of de koeien gaan seffens over ‘t dak vliegen. Ja, je koste hij dat wè, die vent. ’t Was azo maar een rare kerel. J’heeft hier vele rare dingen gedaan vroeger jaren. Maar een mens, je vergeet dat al he.
Beschrijving
In Leffinge woonde een man die een toverboek bezat. Toen iemand anders dat toverboek in handen had gekregen, kwam de man aangelopen en zei: "Stop, stop met lezen, want zometeen zullen de koeien over het dak vliegen!"
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (kamerlingsambacht)
275
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Leffinge   
Plaats van Handelen
Leffinge   
