Hoofdtekst
’t Er was enen die mee een meisken verkeerden ieversten (ergens) en ze hadden iet van zijn dingen geworten en die weerwolf moest dat eerst ontweven, en ze hadden dan nog draaiers tussen zijn tannen gezien.
Onderwerp
SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.   
Beschrijving
Een meisje gooide een zakdoek naar een weerwolf en ontdekte even later dat haar vriend de vezels van de zakdoek tussen zijn tanden had.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
1.6 Weerwolven
oost-vlaams (denderstreek)
734
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Schendelbeke   
